Boekpromotie: Klopjacht, van Kirstin Rozema-Engeman

Kirstin Rozema-Engeman
Het weekend voor ze op vakantie zouden gaan, zouden ze met z’n tweeën een dagje naar het strand vertrekken.
Carol moest die avond wel werken, maar ze zouden ruim op tijd terug zijn.
Ze gingen naar een stil stukje strand om ongestoord te kunnen praten over hun komende vakantie, maar Carol wilde ook open kaart spelen tegenover Benno. Ze had haar geheim zolang voor zich gehouden dat ze het niet eerlijk meer vond tegenover Benno. Per slot van rekening wilden ze samen verder.
Nadat Carol haar verhaal had verteld bleef het een tijdlang stil. Er was een verschrikkelijke spanning voelbaar, vooral bij Benno. Carol wachtte angstig af hoe hij zou reageren, nu hij zo stil was.
Benno voelde een onmacht in zich opkomen; aan de ene kant moest het verschrikkelijk zijn je ouders en drie van je broers te verliezen en verder te moeten leven onder een andere naam.
Maar aan de andere kant had ze aldoor tegen hem gelogen! Wie was Carol Vanhoven eigenlijk? Was ze dezelfde als Frances Jordan? Wat hing haar (én hem) nog boven het hoofd?
Hij stond op en liep naar de zee. ‘Ik ben geschrokken, Frances,’ zei hij kalm, ‘maar ik ben ook boos! Ik vertrouw je, dus waarom vertrouwde je mij niet eerder? Ik moet dit echt verwerken, kan ik je wel vertrouwen of speld je me straks weer iets op de mouw?’
Machteloos zag Carol hem vertrekken. ‘Probeer je in mijn situatie in te leven en denk dan eens na,’ riep ze hem nog na, maar hij was al uit haar zicht verdwenen. Ze zuchtte eens diep. Bedankt papa, dat je me ook dít nog aandoet na al die jaren. Hoe moest ze hier nu mee verder?
Ze liep terug naar de plek waar zijn auto stond en zag tot haar grote verbijstering dat hij was vertrokken, zonder haar. Dit was te erg voor woorden. Natuurlijk: hij moest aan het idee wennen, begrijpelijk genoeg. Maar hij liet haar achter zonder slag of stoot. Ze werd woedend. Dit was wel het toppunt!
Eigenlijk had ze ook moeten wachten hem het telefoonnummer van Jamey te geven.
‘Voor het geval er iets met me is en als er problemen zijn waar je niet meer zelf uitkomt, bel dan Jamey,’ had ze hem gezegd en eigenlijk had ze erbij moeten zeggen dat dat alleen gold als hij bij haar bleef.
Maar hij was nu te ver gegaan. Haar laten staan op het strand, hoe durfde hij!
Ze pakte haar spullen bij elkaar en liep naar de dichtstbijzijnde bushalte. Ze was echt wel in staat om zelf thuis te komen, hoe dan ook. Wat een geluk dat ze haar eigen woonplek had en nu niet terug moest naar zijn ouders. Ze wilde voorlopig niemand van die familie zien, wie dan ook. Hij zou door het stof moeten, wilde ze hem vergeven. Ze liet zich niet zomaar uit het veld slaan door een man. Ze was niet voor niets opgegroeid tussen de mannen en had zich altijd staande weten te houden. Ze was sterk genoeg om het in haar eentje te redden!
Ruim op tijd was ze die avond op haar werk. Ze werkte, maar miste de passie die ze normaliter had. Tegen het einde van haar shift werd ze toch wat nerveus. Zou Benno haar ophalen, zoals gewoonlijk? Wilde ze dat hij haar ophaalde? Nee! Ze wilde hem laten zien dat ze niet afhankelijk was. Ze overlegde met haar teamleider dat ze wat eerder weg wilde en kon zonder problemen een kwartier vroeger dan normaal vertrekken. Ze zou naar de bushalte lopen en de laatste bus naar huis pakken. Het kwam allemaal wel goed met haar. Ze was niet voor één gat te vangen!
Tot haar grote verbazing stond Roy Braedle bij de ingang te wachten. ‘Wat doe jij hier?’ vroeg ze hem verbaasd en ze hoorde tot haar grote verbazing dat hij op haar gewacht had. Meteen sprongen de haren in haar nek omhoog. Een scherpe paniek maakte zich van haar meester. Dit is niet goed Carol! Wat wil die gast van je? Wat gaat hij doen? Waarom zou iemand van een uitzendburo zo laat op de avond naar je toekomen? Wie is het, wat wil hij? Kan ik nog wegkomen? Wie hoort me als ik ga gillen? Maar in plaats van te gillen en hard weg te rennen stond ze stokstijf stil en kwam er geen geluid over haar lippen. De paniek had haar verlamd en ze stond even stil te wachten op wat ging komen. Toen bedacht ze zich dat ze misschien kans maakte als ze naar de bushalte liep en deed alsof er niets aan de hand was.
‘Ik wilde je nog even spreken voor je op vakantie gaat,’ zei hij kalm en liep met haar mee toen hij merkte dat ze richting de straat liep om naar de bushalte te lopen.
‘Ik werk nog een hele week, waarom niet overdag?’ vroeg ze hem nu ongerust, met een rare stem van de angst. Er was iets in zijn houding dat haar deed rillen. Nee, niet iets. Alles!
Hij ging niet in op haar vraag maar pakte haar bij haar arm en begon haar mee te trekken naar de parkeerplaats, waar het nu erg stil was.
‘Wat wil je van me? Wie ben je?’ gilde Carol nu, maar hij legde zijn hand over haar mond. Ze schopte en trapte van zich af maar raakte hem niet. Ze worstelde om los te komen, maar hij was te sterk. Het besef dat ze ging verliezen kwam als een mokerslag aan. Zie je wel Carol! Vluchten naar de andere kant van de wereld had geen zin. Ze krijgen je toch te pakken, zie je wel!
‘Niemand kan je horen en je vriendje is er niet om je op te halen. Hij heeft een lekke band, dus je hoeft niet op zijn komst te rekenen. Maar hij komt vast en zeker ook niet na vanmiddag, denk je wel? Heb je Benno soms verteld wie je werkelijk bent, Carol?’ ging Robert door op sarrende toon.
Carol stopte even acuut met haar geworstel en staarde hem geschrokken aan. Toen probeerde ze zich weer los te rukken en kreeg zijn hand van haar mond af. Ze vroeg met trillende stem, eigenlijk het antwoord wel wetend: ‘Wat bedoel je, hoezo ‘Carol’?’
‘Ken je de naam Dayle nog? Dayle, zoals voor het ongeluk van je vader? Dayle, zoals mijn vader Dayle? Robert Dayle, zoals de letters in Roy Braedle? Dayle, die je broers te pakken had?’ treiterde hij verder en duwde haar tegen een geparkeerde auto aan. Het was een grote SUV en door de grootte van de auto kon niemand hen zien.
Ze keek verwilderd om zich heen en hij zag in het licht van een lantaarnpaal hoe ze wit werd van schrik. ‘Wat wil je van me?’
‘Jij gaat me eerst iets vertellen en daarna ga ik ervoor zorgen dat jíj nooit meer gaat praten,’ zei hij en keek even over de parkeerplaats. Op dat moment greep Robert haar T-shirt vast en trok haar naar zich toe. ‘Waar zijn je broers? Waar zijn ze gebleven? Vertel het me! Nu!’ siste hij in haar gezicht maar aan haar blik zag hij dat ze niets wist.
Ze keek mogelijk nog verbijsterder dan ze al deed.
De blik in zijn ogen verlamde haar. Een krankzinnige stond voor haar, een psychopaat! Het monster uit haar ergste nachtmerries.
De paniek golfde door haar lichaam, zo erg dat het voelde of ze moest overgeven. Maar ze kon hem alleen maar aankijken, kijken in die donkere koude en wellustige ogen van hem. Diepliggende ogen, waarin ze genot zag.
Hij genoot van wat hij deed. Het was onmenselijk.
Wat seconden duurde, leken uren te zijn.
Het enige dat haar brein nog registreerde was een allesomvattend gevoel van angst. Ze was overgeleverd aan een monster en dat monster beleefde zijn mooiste momenten.
Meer lezen of het boek kopen? Klik hier










